Wat een leven #56
Marzipan kon de harige tenen in zijn bootschoenen voelen krommen. De blinde ezel balkte enthousiast voordat hij, in vloeiend Surinaams, Marzipan voor rotte vis uitmaakte. Marzipan verstond alles, hij had per slot van rekening twee jaar in Suriname gewoond. Alwaar hij schaafijs uitvond. ‘Een Surinaamse ezel? Leuk zo’n zwart balkje.’ giechelde onze zwaarlijvige vedette. ‘Ai!’ zei de ezel. ‘Mijn naam is Don Qui, Don voor intimi. En ja ik ben blind. En ja ik stoot mezelf dus in het gemeen tyfus vaak aan dezelfde steen.’ Marzipan was gelijk onder de indruk van Don en viel, niet veel later, als een blok voor hem. Het was liefde op het eerste gezicht, net als in de film, en wat volgde was een vrijpartij van jewelste. Ezelprikken, het was in die tijd heel normaal. Net als tandems. Een ezel van achteren pakken, in de volksmond ook wel een ezelsbruggetje genoemd, was zeg maar het nordic walken van de jaren 50.
Worthy